Home » Afscheid bij de uitvaartmis van pastoor Boers » Preek van Pastoor Johan Goris

Uitvaart pastoor Joop Boers.

 

Preek.

Veel preken bij een uitvaart gaan óver de overledene: allerlei feiten en anekdotes die de revue passeren. Ik zou dat vandaag niet willen doen, maar me in plaats daarvan wil ik me eerder richten tót de overledene. Of nog beter: ik zou pastoor Boers zelf aan het woord willen laten, gelovige wetend hij hier levend in ons midden is. Geen opsomming dus van allerlei verdiensten, ook al zijn het er vele. Want ik weet dat ik pastoor Boers daar in zekere zin geen plezier mee zou doen. We kunnen wel alle feiten aan elkaar rijgen als een snoer, maar alleen God ziet de draad van de liefde die ze verbindt.

De twee eerste doopnamen van pastoor Boers zijn: Johannes Baptist, Johannes de Doper. En, nomen est omen, eigenlijk heeft pastoor Boers zijn hele leven lang hetzelfde gedaan als Johannes de Doper: "Niet ik, maar na mij komt iemand die groter is dan ik", en ook "ik ben maar een stem die roept in de woestijn: maakt recht de weg des Heren".

Dat is wat hij bijna 68 jaar lang als priester heeft gedaan: gesproken over iemand anders, God, en mensen op Hem gewezen in zijn verkondiging, in de boekjes die hij publiceerde en misschien wel vooral in de ontelbare gesprekken die hij met mensen mocht voeren. En dat moeten we vandaag ook doen: kijken naar de inspirator achter al die jaren priesterschap. Daarom zou ik het vooral willen hebben over die Herder die hem bijna 68 jaar gele­den heeft geroepen om zijn weg­berei­der te zijn.
Heel de bij­bel door heeft God al over zichzelf gespro­ken als over een herder. Maar wat betekent dat in Gods ogen: herder zijn? Het is iemand die bekleed is met lei­der­schap, maar daar­bij ging het Hem altijd om twee schijnbaar tegengestelde dingen van gezag: een herder is nl. leidsman én metgezel tegelijk. Hij oefent gezag uit want dat hoort bij een herder, maar Hij drukt even­zeer elk van de schaap­jes aan zijn hart: ook dat is de taak van een herder. Hij leidt en koestert tegelijk. En God blijft dat ook doen, zelfs als het schaapje geen volgzaam lam meer is, maar zoals de pro­feet Hosea zegt: "een kop­pige koe en een los­bandig lam".
Alle herders van Israël hebben geprobeerd om God daarin na te doen, maar het is hen nooit helemaal gelukt. Daarom is het des te belangrijker om op een dag als vandaag heel goede naar die ene, goede Herder te kijken: Jezus. Want Hij is eigenlijk de enige die zijn schapen kent en naar wie de schapen luis­teren, die de deur is waar­door ze bin­nen­gaan, die ze leidt naar groene wei­den, die ze verdedigt tegen de wol­ven en de rovers, die bek­waam is om ze alle­maal op zijn schoud­ers te dra­gen, die alle won­den kan verbinden. "Neen", zegt Johannes de Doper, "ik ben het niet". De echte priester is Christus, "de grote herder van de schapen" zoals de brief aan de Hebreeën het zegt. Priester zijn is in feite niets anders als Hem na-apen, al gebeurt dat altijd met vallen en opstaan. Dank, pastoor Boers, voor uw herderschap al die jaren lang. Als een echte Johannes de Doper zijt ge nooit moe geworden anderen naar God te wijzen, te troosten, te sterken, te vergeven, te bemoedigen.
Aan dat herderschap zit trouwens nog iets bijzonders: Jezus is niet alleen Herder, Hij is ook lam; niet alleen priester maar ook slachtoffer. "Als een lam dat ter slachtbank werd geleid" zegt Jesaja erover. Die goede Herder is meester, maar Hij houdt zijn mond als Hij voor het Sanhedrin staat; Hij is de enige rechter, maar Hij antwoordt niets op de vragen van Pilatus.

Ook dat is een aspect waarin pastoor Boers, en in het verlengde daarvan ieder van ons, soms mocht delen: een stuk lijden voor de Kerk, voor God. Al moeten we daar heel goed bij in de gaten houden: dat lijden van Jezus was ook het uur van zijn verheerlijking. Daarom mogen we nooit fatalistisch worden of verdrinken in zelfmedelijden. Dat heeft de goede Herder ook niet gedaan toen Hij als Lam Gods op het kruis belande. Dank pastoor Boers, voor al die uren van gebed en slapeloosheid, waarin u medeleed en de zorgen, het verdriet en de radeloosheid van mensen voor het tabernakel bracht in onze kleine huiskapel en toevertrouwde aan Gods handen.
Als ik het simpel mag zeggen: eigenlijk is een priester maar een "klein herdertje" die de grote Herder in zijn dienst heeft willen nemen, zonder enige verdienste van onze kant, puur uit barmhartigheid en op voorhand onze tekorten al vergevend.

Toen St. Augustinus de verjaardag van zijn bisschopswijding vierde zei hij: "Sinds God zo 'n grote verantwoordelijkheid op mijn schouders legde ben ik ook voortdurend bezorgd. Ik ben bezorgd voor teveel eer welke me blind maakt voor Gods genade. Wat ik ben voor jullie maakt me bang, maar wat ik ben mét jullie geeft me troost: voor jullie ben ik bisschop, met jullie ben ik christen. De titel van bisschop is zwaar, die van christen is een genade". Datzelfde geldt (als het goed is) voor iedere priester, ook voor pastoor Boers: het besef, zoals koningin Juliana het uitsprak bij haar inhuldiging: "Wie ben ik dat ik dit doen mag?"

Tot slot nog twee dingen. Ik zou niet dur­ven vra­gen wat de auteur van de Hebreeënbrief heeft gevraagd: "Gehoorzaam uw lei­ders en doe wat zij ver­lan­gen". Nee, ik zou u een­voudig willen vra­gen wat pastoor Boers en vele anderen erg nauw aan het hart ligt: houd van de Kerk, zeker in een tijd waarin ze vaak de niet-geliefde is.  Ik geef toe: in haar 2000-jarig bestaan is ze getekend door ouderdom, vlekken en rimpels: maar wie zou dat niet zijn? Daarom nog eens de vraag die pastoor Boers heel nauw aan het hart lag en hem vaak uit zijn slaap heeft gehouden: heb de Kerk hoog. Het is de mooiste eer die we kunnen bewijzen aan pastoor Boers. Want hoe kan men nu van de dienstknecht houden, als men niet houdt van de eigenares van het huis dat hij dient?

En ten tweede een woord van dank uit naam van pastoor Boers, voor alle broederlijke en zusterlijke steun die hij in zijn leven mocht ontvangen van zovelen, ik denk hierbij in het bijzonder aan zijn familie, de leden van de gemeenschap Emmanuel en de parochianen hier uit Aalst. Voor iedere priester geldt: het is onmisbaar om bemoedigd en (waarom niet) soms ook bijgestuurd te worden. Maar evenzeer een woord van dank van zovelen aan uw adres, pastoor Boers, voor het luisterend oor, de begrijpende woorden en het biddend hart wat u anderen geboden hebt in alle eenvoud en oprechtheid. Of nog anders gezegd: dank voor het beeld van de ene, goede Herder wat u hebt voorgeleefd: leiding gevend en dienend tegelijk, soms lijdend met en voor mensen, en steeds opnieuw begeesterend. Ik had me geen betere leermeester kunnen wensen 22 jaar geleden.

Vandaag leggen we met verdriet en dankbaarheid een lang en rijk priesterleven in Gods barmhartige handen, biddend dat Hij aanvult wat onvoltooid bleef en een nieuwe Pinksteren aan de Kerk schenkt. En daarbij vragen we u nog één ding wat u ons niet zult weigeren: blijf ook nu met en voor ons bidden.

                                               Amen.