Home » Theresia, haar verhaal voor nu » 2) Leert alleen nood bidden?

Leert alleen nood bidden?

  
“Bid je ooit?”
“Past bidden wel bij mij?”
“Zou ik eigenlijk wel weten hoe of wat?”
 
 Ik laat het niet bij deze vragen. Misschien wil iemand er toch eens iets over horen. Wat ik hier wil aanbieden, kan voor iedereen een opsteker zijn. Hieronder zal ik daarom een bladzijde voor je openslaan uit het ‘eigen’ boek van Theresia van Lisieux. Verbaast je dit?
 
Misschien denken we dat bidden alleen hoort bij mensen die we 'heiligen' noemen vanwege hun hoogstaande manier van leven of hun voorbeeldfunctie. Maar Theresia werd juist geroepen om ons duidelijk te maken dat God ‘gewone’ mensen zich bij Hem thuis mogen voelen. Dat wil zeggen dat Theresia ons wil leren dat mensen zoals jij en ik, hoe klein ook, meetellen in de ogen van God. Precies om deze reden wil ik je kennis laten maken met woorden van Theresia waarmee ze heel bekend is geworden. Het zijn woorden waarmee ze veel mensen heeft geholpen en dat in de toekomst zal blijven doen.
 
 Ze schrijft:
“Je zou het gebed kunnen vergelijken met een koningin, die toch op ieder moment toegang heeft tot de Koning en alles verkrijgen kan waar zij om vraagt. Om verhoord te worden hoef je niet (zoals sommigen nog wel denken) een mooie formulering te lezen die speciaal voor de omstandigheden is opgesteld.
Als het zo was, hoezeer zou ik dan te beklagen zijn! Buiten het getijdengebed om, dat ik niet waardig ben te reciteren (meebidden), heb ik niet de moed me ertoe te zetten mooie gebeden in boeken op te zoeken. Ik krijg er hoofdpijn van; er zijn er zoveel! En verder zijn die gebeden allemaal even mooi. Ik kan ze niet allemaal opzeggen, maar ik weet ook niet wel ik kiezen moet.
 Ik doe net als  de kleine kinderen die niet kunnen lezen. Ik zeg gewoon tegen de goede God wat ik zeggen wil zonder mooie zinnen te maken. Hij begrijpt me altijd.
 
Voor mij is het gebed een opwelling van het hart, een eenvoudige blik naar de hemel, een kreet van dankbaarheid en liefde midden in een beproeving of bij vreugde. Kortom het is iets groots, iets bovennatuurlijks dat mijn ziel verruimt en me verenigt met Jezus.”
 
 -De laatste woorden heb ik geaccentueerd, omdat deze omschrijving van het gebed in de Kerk herhaaldelijk wordt aangehaald. In de nieuwe algemene Catechismus van de Katholieke Kerk begint de uiteenzetting over het gebed met deze woorden van Therese.-
 
 Leren bidden met Thérèse:
 

Als we willen bidden met de woorden van Thérèse, is het misschien goed om eerst in herinnering te brengen wat zij gezegd heeft over het bidden met de woorden van andere mensen.

“Om verhoord te worden is het niet nodig een mooie formule uit een boek te lezen, dat voor die omstandigheid geschreven is. Als het zo gesteld was, helaas, wat zou ik dan te beklagen zijn! Behalve het goddelijk officie dat ik niet waardig ben te bidden, heb ik niet de moed mijzelf te dwingen in de boeken mooie gebeden op te zoeken.

Ik zou er hoofdpijn van krijgen. Het zijn er zoveel! En dan is het ene nog mooier dan het andere. Ik zou ze niet allemaal kunnen bidden, en omdat ik niet weet welke ik zou moeten uitkiezen, doe ik net als de kinderen die niet kunnen lezen. Ik zeg gewoon aan de goede God wat ik op mijn hart heb, zonder mooie zinnen, en Hij begrijpt mij altijd.

Voor mij is het gebed een opwelling uit je hart, het is een simpele blik naar de Hemel. Het is een kreet van dankbaarheid en liefde te midden van de beproeving, evengoed  als midden in  de vreugde.”

Dit is wat de jonge kerkleraar dus zegt over het gebed. Origineel als altijd, kan ze met deze woorden ons toch wel wat ontmoedigen. Ze speekt hier immers ook over de moeilijkheid van het bidden. Dat het haar niet altijd gemakkelijk valt.  Zelf heeft Thérèse een genadevolle ontwikkeling doorgemaakt, voordat ze het bidden ging ervaren op de manier waarop ze het hier neerschrijft. Daarom zullen we haar woorden gaan gebruiken als een soort ‘startbaan’. Ze zullen ons leren om ons tegenover God, tegenover Jezus, ‘uit te spreken’.

Het is net als in een relatie tussen een ‘hij’ en een ‘zij’. Daarin begint het ook vaak wat vormelijk. Er worden dan veel geleende woorden en gebaren gebruikt om de ander duidelijk te maken wat eigenlijk zo graag wil zeggen. Zo gaan die dingen. En zo is het ook in je relatie met God. Om ons uit te spreken naThérèse is ons juist nú, in déze tijd gegeven om ons te verzekeren, dat God  met iedereen een relatie wil beleven...

Laten we bij het begin beginnen. Met het lenen van andermans woorden om tot God te spreken. Therese zal ons zeker begrijpen. Zij zal ons zeker bijstaan en met ons mee bidden. We zullen door de geleende woorden leren om daarna op onze eigen manier iets tegen God te zeggen. Of ja, om gewoon bij Hem stil te zijn.