Home » Preken archief » Preken C jaar 2012-2013 » Twaalfde zondag C 23-06-2013

Twaalfde zondag C 23-06-2013

“ Hierop zei Jezus tot hen:
‘Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben?’
Nu antwoordde Petrus: ‘ de Gezalfde Gods’”
( Lc. 9: 18-20 )
 
Beste Mensen,
Het is tegenwoordig niet meer zo vanzelfsprekend als je, zoals hier, bij elkaar komt rond de tafel van de Heer.
We hebben ervoor gekozen, niet allen om erbij te zijn, te bidden en te luisteren, maar ook omdat het goed is, dat we allen gekomen zijn, ieder met zijn of haar geloof in hun hart.
Daar willen we nog eens stil bij staan, en u zult merken, dat het nu, denk ik,
dieper gaat dan vele jaren in ons verleden.
Laten we daarom ons toevertrouwen bij Jezus in de aanroepingen van de schuldbelijdenis.
 
Preek
 
Bij het begin van deze Heilige Mis zei ik al, en daar heb ik de laatste tijd dikwijls iets over gezegd; en iedereen weet en voelt dat op eigen manier:
‘het’ geloof is niet meer vanzelfsprekend.
Je moet er zelf voor kiezen, je moet er zelf meer over nadenken, je praat er met elkaar over, anders over dan veertig jaren geleden!
 
Laat ik eerst even de lezing pakken van het evangelie .... Ik ben ook van dezelfde tijd met de moeilijke dingen  dus, ...Ik voel vandaag dat Jezus ons de vraag stelt, zoals Hij dat eeuwen geleden deed aan de leerlingen:
“Wie zeggen jullie dat Ik ben?”
En laat ik het maar ook vast verraden: wij willen hier zeggen met Petrus toen, met de paus van nu, met de gelovige mensen van de kerk van nu: U bent de Gezalfde van God, U bent die heel aparte mens van God, Zoon van God, liefde voor ieder van ons, die ons steunt, die meeleeft...... Dan voel ik onder dat woord: 'gezalfde van God' warmte, hartelijkheid!
En dat  geeft toch wel wat onwennigheid, denk ik bij velen van ons.
Ik  sta hier, dat heb ik ook maar gekregen, om te zeggen dat Jezus, mijn Heer is, dat God dicht bij ons wil zijn en alles laat beleven.....
IK moet eerst nog eens zeggen, dat ik hier niet sta om ook maar IETS af te keuren van gelovigen van vroeger, van onze ouders, van familie, ....
De mensen van vroeger  waren trouw in hun geloof,  elke zondag gingen ze als het kon naar de kerk, ze hielden zich aan de extra dingen die gevraagd werden, zoals b.v. vasten en geen vlees eten om maar iets te noemen.
En sommige mensen deden nog veel meer, gingen als ze dat konden ook door de week naar de Mis, naar het Lof, naar de congregatie......
Ze deden het toch maar, en natuurlijk was het mensenwerk, en de mensen kregen steun van elkaar, want iedereen was als katholiek gedoopt.
Als het je niks zei, dan ging je toch, en zo kreeg je wel steun, want je werd ook door de anderen in de gaten gehouden, en o wee, als gezegd werd: die gaat niet meer naar de kerk!!!
We kunnen en MOGEN niet oordelen of het diep zat bij de doorsnee katholiek.
Toen lag de nadruk op maar één ding: je moest van alles weten, de catechismus leren, de geboden kunnen opdreunen, je moest je verplichtingen kennen.....
En toen kwam de zogenaamde BEVRIJDING, zo werd het aangekondigd in de jaren zestig.
Dat leren was niet meer zo goed, te theoretisch, voor sommigen te moeilijk.
Je hoefde niet meer te gaan biechten, en men begon tegen leerlingen te zeggen: je hoeft alleen maar naar de kerk als jij er zin in hebt, en daar moet je vrij in zijn.
Ik ga niemand nogmaals veroordelen om wat dan ook, maar we hebben met die aangekondigde vrijheden het kind met het badwater weggegooid.
En dus vandaag vraagt Jezus aan ons nu: 'Wie zeggen jullie dat IK ben?'
Ik ben daar niet alleen over blijven nadenken, maar ik heb mee gekregen en bewaard, dat we zonder gebed nergens meer zijn, zonder geloof. En dan komen twee dingen van vroeger voor ons gevoel nu toch bij elkaar.
Vroeger leerde we het onze vader bidden, weesgegroet, geloofsbelijdenis kennen, en uitzeggen. Dit werd ingeprend als een steuntje, als je niets meer zou weten hoe God iets te vragen of met Hem om te gaan .
Ik doe het zelf ook, en dat heb ik steeds meer geprobeerd.
Noem God de Vader, noem Jezus bij Zijn Naam.
Samen met anderen gaat dat nog wel, vooral als je het niet te hard hoeft te zeggen.
Maar hardop NU te zeggen: 'Jezus, ja U bent onze Heer, zoals Petrus.'
Het lijkt wat gevoelig, misschien voor mannen meer dan voor vrouwen om dat te durven uitzeggen.
En toch reikt de Heer opnieuw zijn liefde aan, kijkt Jezus naar ons, zoals je bent, en accepteerd Hij ons, en we mogen Hem opnieuw zoeken, beleven.
Dat gaat zo ook met jonge mensen!
Maar we moeten het niet alleen doen, maar het ook als ouders en vooral grootouders er met die na ons komen er over durven praten.
Want als we straks uit het gezicht raken door ons sterven, dan hebben ze niks aan een erfenis alleen, wat centen, maar ze zullen verder gaan, en zeggen: oma, opa, mam,pappa, .... ze hadden dat bij zich. Jezus Zoon van God  kom in mijn bestaan, want dan redden we het in het leven!