Home » Martelaren van Oeganda
img_8482.jpg

22 H.H.Martelaren uit Oeganda levend verbrand

Inleiding door pastoor Boers

DIE OM HUN GELOOF TER DOOD GEBRACHT WERDEN…… 

 
Wat ik graag wil delen met degenen die deze bladzijden open slaan. Het gaat om de 22 martelaren van Oeganda……misschien nog nooit van gehoord. De geschiedenis gaat snel, en voor jongeren van nu zijn ze al meer dan honderd jaar geleden omgebracht. 
Persoonlijk…….Ik kwam met de geschiedenis van deze jongens en mannen te lezen, toen ik tot pastoor voor tijdelijk werd benoemd in de Maria Presentatie kerk te Aalst- Waalre NB. Nederland.
Wordt een parochie als priester aan je toevertrouwd dan ga je, als je er bent uitgepakt, op zoek met name in de parochiekerk. Wat en hoe hebben de mensen hier  hun geloof beleefd? In het archief van de kerk ga je wat bladeren.
Een van de eerste dagen werd mijn blik getrokken in het kleine kantoor naar een ingelijste oorkonde van de wijding van een nieuw Hoogaltaar…..Namen van de bisschop, de toenmalige pastoor, leden van het kerkbestuur.
Wat we het meeste opviel was de vermelding  van welke heilige martelaren relieken ( stoffelijke resten ) toen werden bijgezet en ingemetseld in het midden van het hoogaltaar, zoals het belangrijkste altaar wordt genoemd.
—— Even wat uitleggen: Ik moet  namelijk toegeven, ik was in vele kerken kapelaan of pastoor, maar nog nooit had ik enige aandacht geschonken aan de relieken, die daar tijdens de H.Mis rusten tastbaar onder je handen.
Ik wist wel, dat in alle Katholieke kerken vooral sinds de Middeleeuwen relieken worden ingemetseld. Op vele plaatsen bijvoorbeeld in Rome kwamen de gelovigen bij voorkeur bij elkaar op of bij de graven van mensen die omwille van hun geloof waren gedood. en die werden vereerd als de eersten die nu delen in de Hemel met Jezus onze Heer.
Behalve dat ik die oorkonde daar had zien hangen ben ik op zoek gegaan naar literatuur over die martelaren, uit een ver land Oeganda. Jongens en mannen die met wat povere restjes in het hoogaltaar onder ons getuigen van hun geloof.
Behalve martelaren staan in onze kerken veel beelden, van mannen vrouwen die in hun leven een voorbeeld zijn geweest voor ons nu, maar vooral ook staan ze daar omwille van levende band met allen die ons zijn voorgegaan naar de Hemel.
Een eerste daad van mij als pastoor, om de mensen van Aalst iets tastbaar te maken: dat we een levende band hebben met mensen van zo ver…….En ik heb de oorkonde ergens in de kerk opgehangen. 
Wij mensen van deze tijd, zo voel ik het tenminste,  hebben verhalen nodig om te voelen en te weten dat GELOVEN ons in een werkelijkheid brengen kan.
Enkele jaren later vierde ik in de parochie mijn 50 jaar priester- zijn. Zoals de gewoonte kwamen de leden van het kerkbestuur me vragen: wat voor geschenk ik voor deze dag zou willen ontvangen?
Ik was met de mannen al lang zo bezig , het was in me gegroeid, en ik zei: GRAAG EEN MONUMENT van de martelaren, die altijd met ons meebidden, die van Oeganda. Ik wilde de mensen niet op kosten jagen en vroeg mijn zwager Wil Ysebaert of hij iets zou kunnen  uitbeelden over die martelaren. Dat heeft hij gedaan en op de dag van het feest hebben we dat monument onthuld. Bij elke viering staan de schijnwerpers erop gericht boven het altaar in de zij-beuk.
Daarmee zijn we net klaar…. als er bijvoorbeeld kinderen in de kerk worden rondgeleid en van dichtbij bekijken wat er allemaal te zien is bij de voorbereiding op eerste Heilige communie of het Vormsel.
Op 3 juni als zij overal in de wereldkerk worden herdacht, staan op de plek van hun resten in het altaar 22 lichtjes te branden. het verhaal wordt verteld.  
Een hoogtepunt van hun geëerd worden hier, kwam onverwachts. Een tiental jaren geleden was een groep Oegandezen een periode in ons bisdom om in de parochies ,die dat vroegen, over hun beleven van het geloof daar in het verre land. Ze kwamen op een dag ook hier in de kerk. Ze waren aan het rondgaan in stilte. Ik heb hun gevraagd om rond het altaar te komen staan en samen met ons te bidden voorde parochies hier in Aalst en daar waar zij in Oeganda hun parochie bezochten. 
Toen ik vertelde, dat we zeker verhoord zullen worden omdat hier, ja mannen en jongens van jullie eigen land hier begraven liggen om met ons God te danken voor een Hemel, waar zij nu al zijn.
Toen brak een vreugde bij hen los,……wij denken enthousiast en ontroerd te kunnen worden, maar zij begonnen te zingen rond het altaar, en mijn jonge priester-broeder Johan Goris was er ook bij, wij vergeten dat NOOIT MEER ! En daarom heb ik het korte verhaal van hun leven opgediept op het internet…heilige Martelaren bidt met ons en voor ons…….
 

† 1885-1887  Twee-en-twintig Martelaren van Oeganda 

 

HHMartelaren-1.jpg

Info afbeeldingen

De Twee-en-twintig Martelaren van Oeganda; † 1885-1887.

Feest 3 juni.

In de jaren zestig en zeventig van de 19e eeuw trok de beroemde ontdekkingsreiziger Stanley door het grote merengebied van zwart Afrika. Hem viel daarbij op, hoe intelligent en nieuwsgierig de zwarte bevolking was. Vooral waar het ging om religieuze zaken. Vandaar dat hij als goed christen in zijn verslagen, die verschenen in de Engelse krant The Daily Telegraph opriep: "Stuur zendelingen!"

In 1877 waren de eerste anglicanen naar Boeganda, in het centrum van het huidige Oeganda, gegaan. Daar woonde ook de vorst. Twee jaar later bereikten de Witte Paters het gebied. Na aanvankelijke strubbelingen sloten deze twee groepen al gauw vriendschap, omdat ze in hun missionering geen verdeelde Christus wilden preken.

Stanley had goed gezien. Vooral de jonge mensen waren nieuwsgierig. Zij hunkerden naar vooruitgang en ze meenden dat die te vinden was bij de Europeanen met hun godsdienstige inzichten en praktijken. Een van de eersten was Carolus Lwanga, een jongeman uit de hogere maatschappelijke kringen, die een baan had aan het hof van koning - de inlanders spraken van de Kabake - Moetesa I. Hij stond in dienst van de majordomus Jozef Moekasa, die al eerder tot het christendom was overgegaan.

Kabake Mutesa wist niet goed wat hij aan die Europeanen had. Uiteindelijk vreesde hij dat die zendelingen alleen maar spionnen waren, die moesten kijken hoe zijn land het beste door de veel machtiger Europese landen kon worden veroverd. Hij hechtte dan ook het liefst geloof aan dergelijke geruchten. Met als gevolg dat hij uiteindelijk in 1882 alle vreemdelingen uit zijn land verjoeg.

Toen hij twee jaar later stierf, werd hij opgevolgd door zijn zoon, Kabake Mwanga I. Deze was van de jongere generatie. Hij hoopte dat de vreemdelingen vernieuwingen zouden brengen, en haalde dus alle vreemdelingen weer terug. Met name de Witte Paters was hij uitermate vriendelijk gezind. Hij begon zelfs zijn onderdanen aan te sporen hun godsdienst aan te nemen.

Nu begonnen de gevestigde machten te vrezen dat zijn hun invloed zouden verliezen. Zij verspreidden geruchten dat er een gewapende Europese invasie op handen was. De jonge Kabake werd bang en gaf bevel alle vreemdelingen in zijn land te doden. Honderden bekeerlingen kwamen om; hijzelf had een actief aandeel in de moordpartijen. Toen de kabake hoorde, dat de anglicaanse bisschop James Hannington met een aantal zendelingen vanuit het oosten onderweg was naar zijn gebied, gaf hij bevel de hele expeditie uit te moorden. Dat gebeurde op 29 oktober 1885.

Majordomus Mukasa begon de kabake openlijk verwijten te maken over zoveel zinloos geweld. Dit was de aanleiding waarop de vorst had gewacht. Hij had in de afgelopen tijd een enorme hekel aan hem gekregen. Mwanga hield namelijk veel van intieme omgang met jongetjes. Vanuit zijn christelijke achtergrond had majordomus Mukasa daar een grondige afkeer van, en deed alles om de jongens uit de handen van de vorst te houden. Dat had veel kwaad bloed gezet. Nu de majordomus ook nog zo vrijpostig was om zijn vorst in het openbaar de les te lezen over de moordpartijen, liet hij hem arresteren en op 15 november onthoofden. Juist enige dagen tevoren had de dappere martelaar zijn vertrouweling onder de pages, Charles Lwanga, nog het doopsel toegediend.

Charles Lwanga bleek uit hetzelfde hout gesneden als zijn meester. Hij gaf zijn mede-pages geloofsonderricht en stelde als goed christen op zijn beurt allerlei pogingen in het werk om de pages uit de buurt van de kabake te houden. Zodra hij meende dat het verantwoord was, doopte hij een page. In het voorjaar van 1886 was kabake Mwanga het zat. Toen hij merkte dat nu ook al de zestienjarige page Dionysius Sseboeggwawo een van zijn meest geliefde knapen godsdienstles gaf en hem dus op het hart drukte niet toe te geven aan de erotische verlangens van de kabake, liet deze hem doodslaan. Nu begon er een ware christenjacht. Slachtoffers werden de page Gonzaga Gonza, een lijfwacht en zelfs een rechter: Mathias Mulumba. Deze laatste werd op afschuwelijke wijze doodgemarteld in de heuvels van Kampala.

Een paar dagen later liet de kabake alle pages voor zich aantreden. Met barse stem beval hij dat alle christenen onder hen uit de rij naar voren moesten treden. Onverschrokken gaven negen pages gehoor aan dat bevel. Op de vraag of zij wensten vast te houden aan hun christen-geloof, antwoordden zij met mannenmoed: "Tot in de dood!" Anderen werden bij hen gevoegd. Vervolgens werden ze op transport gesteld naar het vijftig kilometer verderop gelegen Namugongo. Onderweg werden ze al door hun bewakers getreiterd en mishandeld. Maar dat was nog niets vergeleken bij de folteringen die hun nog te wachten stonden. Een voor een werden ze in rieten matten gevlochten en boven en smeulend vuur gehangen, zodat ze heel langzaam levend zouden verbranden.

De twee-en-twintig martelaren van Oeganda, die op 18 oktober 1964 door paus Paulus VI heilig werden verklaard, zijn:

Jozef Mukasa (ook Moekasa) Balikuddembé (ook Malikuddembé) uit de familie van de tarwe, majordomus op het paleis van kabake Mwanga I; eerste martelaar van Oeganda; onthoofd, zesentwintig jaar oud; † 15 november 1885.

Pontianus (ook Pontien) Ngondwe uit de familie van de zilverreiger, lid van de koninklijke lijfwacht; in elkaar geslagen en met een lans doorstoken, veertig jaar oud; † 25 mei 1886.

Dionysius (ook Denis) Ssebuggwawo (ook Sseboeggwawo), page aan het hof van kabake Mwanga I; door de kabake zelf met een lans doorstoken, zestien jaar oud; † 25 op 26 mei 1886.

Andreas (ook André) Kaggwa, dorpshoofd en hoofd-trompetblazer;   catechist, armen en benen afgehakt, dertig jaar oud; † 26 mei 1886.

Athanasius (ook Athanase) Bazzkuketta (ook Bazzekuketta), geliefd bij eenieder, vroeg om als eerste te mogen worden gedood om zo voor te gaan in het martelaarschap: onthoofd te Kampala, twintig jaar oud; † 26 (of 27?) mei 1886.

Gonzaga (ook Gonzague) Gonza, page aan het hof; onderweg naar martelplaats Namugongo doorstoken met een lans: vierentwintig jaar oud: † 27 mei 1886.

Mathias (ook Matheus) Mulumba (ook Kalemba of Moeloemba) uit de familie van de kleine-antilope; door en door betrouwbaar rechter aan het hof, 'van God bezeten' aldus een van zijn bewonderaars; benen en armen afgehakt; stierf na drie dagen doodsstrijd als oudste van de tweeëntwintig, vijftig jaar oud: † 30 mei 1886.

Noé Mwaggali ( ook Mawaggali) uit de familie van de antilope, tuinman; vastgebonden aan een boom doorstoken met een lans; gestorven na een lange doodsstrijd, vijfendertig jaar oud: † 31 mei 1886.

Carolus (ook Charles) Lwanga, hoofd van de pages aan het hof van kabake Mwanga I, hoogegacht door de koning en graag gezien bij zijn jongens; bezwoer de kabake een eind te maken aan zijn intieme omgang met jongens, wat hem op de doodstraf kwam te staan; langzaam levend verbrand te Namugongo, vijfentwintig jaar oud: † 3 juni 1886.

Kizito, sportief en veelbelovend; stralende jongen; op het laatste moment door Charles Lwanga gedoopt; levend verbrand te Namugongo, met zijn vijftien jaar de jongste van de tweeëntwintig martelaren van Oeganda: † 3 juni 1886.

Mugagga, levenslustige jongeman, martelaar van de kuisheid, op het laatste moment nog gedoopt door Carolus Lwanga; levend verbrand te Namugongo, zeventien jaar oud: † 3 juni 1886.

Gyavira, page en martelaar van de kuisheid; levend verbrand te Namugongo, zeventien jaar oud: † 3 juni 1886.

Mukasa (ook Moekasa) Kiriwawanvu, diende de kabake door zijn gasten hartelijk te ontvangen; catechist: onderweg naar de martelplaats zei hij op luchtige toon: "Ik ben blij dat ik met jullie mee mag; stel je voor dat ze hadden vergeten." Gaf Gyavira nog een hand, omdat hij even tevoren ruzie met hem had gehad; levend verbrand te Namugongo, vijfentwintig jaar oud: † 3 juni 1886.

Ambrosius (ook Ambroise) Kibuka, uit de familie van het schubdier, hartelijk, tamboerspeler in de koninklijke kapel, kwam onverschrokken uit voor zijn geloof; levend verbrand te Namugongo, achttien jaar oud: † 3 juni 1886.

Achilles (ook Achille) Kiwanuka; levend verbrand te Namugongo, jong, maar preciese leeftijd onbekend: † 3 juni 1886.

Lucas (ook Luc) Banabakintu, prauwvaarder en wapenmeester van de kabake; levend verbrand te Namugongo, vijfendertig jaar oud: † 3 juni 1886.

Adolfus (ook Adolphe) Mukasa Ludigo, uit een hooggeplaatste grootgrondbezittersfamilie, moedig en tot op het laatst begiftigd met een onverwoestbaar zonnig humeur; levend verbrand te Namugongo, vijfentwintig jaar oud: † 3 juni 1886.

Anatolius (ook Anatole) Kiriggwajjo, lievelingspage van de kabakes Mutesa en Mwanga, begiftigd met een glaszuiver aanvoelingsvermogen; levend verbrand te Namugongo, twintig jaar oud: † 3 juni 1886.

Jacobus (ook Jacques) Buzabaliawo, hoofd van de koninklijke cymbaalspelers; levend verbrand te Namugongo, vijfendertig jaar oud: † 3 juni 1886.

Bruno Serunkuma, koninklijk wapendrager, moedig man; ging eigener beweging aan het hoofd staan van de ter dood veroordeelden; levend verbrand te Namugongo, dertig jaar oud: † 3 juni 1886.

Mgaba Tuzinde, aangenomen zoon van de beul; deze smeekte hem zijn geloof af te zweren; om vader te sparen werd hij levend verbrand, zeventien jaar oud: † 3 juni 1886.

Johannes-Maria (ook Jean-Marie) Muzeyi, uit de familie van de buffel; wijs en gespecteerd man; vrijmaker van slaven; hield zich op aanraden van de missionarissen verborgen, maar gaf zich tenslotte toch aan bij de kabake; onthoofd als laatste van de tweeëntwintig martelaars van Oeganda, vijfendertig jaar oud: † 27 januari 1887.

Patronaten

Carolus Lwanga is door de pausen Pius XI († 1939) en XII († 1958) uitgeroepen tot patroon van de Katholieke Actie voor de jeugd in Afrika. Hij zou ook vereerd kunnen worden als patroon van kinderen die het slachtoffer zijn geworden van seksueel misbruik.

Mugagga is patroon van kleermakers en gemeenschapsvorming.

Jacobus Buzabaliawo is patroon van (straat)handelaars en kooplieden.

Mbaga Tuzinde is patroon van roepingen tot het geestelijk ambt of tot het religieuze leven.

Naast bovengenoemde katholieke martelaren moeten hier met ere hun anglicaanse collega's worden genoemd:
Joseph Lugalama, Marc Kakumba en Noé Serwanga, omgebracht op 31 januari 1885;

Moïse Mukasa op 25 mei 1886;
Elie Mbwa, op 27 mei 1886;
en op 3 juni 1886 Noé Walukagga, Kiwanuka Gyaza, Mukasa Iwa Kisiga, Lwanga, Alexandre Kadoko, Frédéric Kizza, Dani Nnakabanda en Albert Munyagabyanjo Mubi.

[000; 101a; 102; 103; 104; 111a; 115; 129; 199p:70; Missi»1981(4-5); réimpr.:1985p:140; Luce Laurand 'Une Semence de Chrétiens en Terre Africaine. Les Martyrs de l'Ouganda' Ed. Marie-Médiatrice, Genval (B.), Paris (F.) et Château-Richer (Cdn), 1966; Dries van den Akker s.j./2010.04027]

Bronnen

  Al eens onze andere site: www.beeldmeditaties.nl bezocht?

© A. van den Akker s.j.

Deze pagina is het laatst gewijzigd op 24 april 2015