Home » Preken archief » Preken A jaar 2014 » Eenentwintigste zondag 2014

Eenentwintigste zondag

“Maar gij- sprak Hij tot hen -, 
wie zegt gij dat Ik ben?
Simon Petrus antwoordde:
‘Gij zij de Christus, de Zoon
van God.’ “
( Mt.16: 15 en 16 )
Even ons bewust maken, hoe goed het is elkaar te zien en te ervaren en begroeten, .... Ja, op een moment als dit, want de schat die we in ons hart dragen, Gods liefde, willen we in dit uurtje met elkaar ook delen, en dus van elkaar krijgen. Het gaat vandaag, over Petrus, die de eerste paus zou worden, en dan denken we aan zijn opvolger Franciscus....... Het is goed bij deze mensen stil te staan, maar doorheen alles van ons samenzijn spreekt God tot ieder van ons en ons samen aan, als gedoopte mensen in Christus, we zijn van hem en van elkaar.....
Laten we binnengaan in bekende woorden, om te beginnen in de woorden waarin we ons binnenste openen en vragen om vergeving,......
HOMILIE
Vandaag was de eerste lezing gekozen uit de profeet Jesaja, om ons voor te bereiden op de uitverkiezing van Petrus in het evangelie.....Lang geleden had Hizkia een van de koningen in Jeruzalem een zekere Shebna als hoogste functionaris in de tempel, en Jesaja spreekt woorden over hem uit, dat God hem zal verjagen en uitstoten uit dat ambt en een Eljakim zal aanstellen, en hij zal als een vader zijn voor de bewoners van Jeruzalem en het hele volk.
Ja, het evangelie dat we hoorden bevat genoeg om heel veel over te vertellen, maar ik wil er een zin uithalen en dat we daar als mensen van nu over mogen nadenken.
Als God iemand uitkiest kijkt Hij niet naar de opleiding, de stand, de hoge school en dikke boeken die iemand schrijft, God kijkt naar het hart, naar de persoon, ....ja, en dus komen we allemaal in het verhaal van vandaag voor!
We lezen, dat Jezus op een goede dag in de plaats Caesarea aan zijn leerlingen vraagt: hoe kijken de mensen Mij aan, .... Ze noemen me Mensenzoon, maar wie denken ze en zeggen ze, dat IK ben?
En dan roepen ze Johannes, of Elia, of de profeet Jeremia....Dat zijn mensen die dood zijn en een van hen zou dan in die Jezus teruggekomen zijn?
....Dat hoor je in deze tijd nog wel eens, als sommige mensen opperen dat ze al eerder op aarde zijn geweest ...een vorig leven...
Maar Jezus legt dat weg, en dan vraagt Hij door en zegt: wie zeggen jullie dat IK BEN?
En dan is het Petrus, namens de anderen, U bent de Christus, de gezalfde , de Zoon van de levende God!
Tegelijk spreekt Jezus van de bijzondere plaats, die de simpele visser gaat krijgen in de kerk en het zal altijd zijn dat er een eerste zal zijn om in zijn persoon, als gewone mens iets aan ons laat zien, dat Jezus, er is, onder ons, onzichtbaar, maar werkelijk.
Vandaag dus dank aan de Heer, dat Hij aan paus Franciscus Nu vraagt: Wie zeg jij dat IK ben?
En tegelijk, jammer dat hier in ons land daarvan zo weinig doorgegeven wordt, verkondigt de paus, dat Hij gelooft in Jezus, en dat niet alleen, maar hij vertelt het in alle toonaarden dat Jezus de Heer, is.
En zo beleven we, het centrale punt van ons geloof ook op deze dag nog eens nieuw.
Hij spreekt ons aan door te vragen: wie zeg jij dat Ik ben? 
Noem me bij mijn Naam, en je zult mogen ervaren  dat ik jou in mijn hart heb gesloten.
En ook aan u, jou vraag Ik, om mijn Naam bekend te maken aan de mensen om je heen, vooral die je bijzonder zijn toevertrouwd, en in de parochie...
Nee, niet omdat het moet, maar dat er IEMAND is, die je liefheeft, en die met je mee gaat, bij het goede dat je krijgt maar ook als je moeilijke dingen mee maakt in ziekte of verdriet.