Home » Theresia, haar verhaal voor nu » 4) De ster van de eeuw!

Klik hier om een tekst te typen.

 
D E   S T E R  V A N  D E   E E U W
 
Wat hebben haar ogen, op die foto, gezien? 
 
Wat we van haar moeten weten... Lisieux,  een kleine stad in Normandië (Fr.) het is  30 september 1897. In het Carmelitessenklooster snakt Thérèse Martin, 24 jaar oud, naar adem. Met moeite kunnen de zusters, om haar heen, haar verstaan: “Mijn ademhaling is nog nooit zo kort geweest. Hoe moet ik het aanleggen om dood te gaan? Ik kan het maar niet leren.” Een paar uur later valt haar hoofd terug op het kussen. Haar laatste woorden zijn: “Ik houd van Hem. Mijn God, ik houd van U!”   
 
De ooggetuigen zeggen: Dan lijkt er weer leven in haar ogen te komen. Die staren naar één punt, even boven het Mariabeeld dat opzij voor haar bed staat. De kleur van haar gezicht wordt op dat moment weer zoals vóór haar ziek zijn. Zo kijkt ze een minuut of wat. Dan doet zij haar ogen voorgoed dicht.
 
Het is zeven uur in de avond. Ze wordt opgebaard in de kapel; achter de tralies. Er komen veel mensen die hebben gehoord van het jonge sterven. Sommigen laten hun rozenkrans haar lichaam aanraken. Een van haar zussen in datzelfde klooster, Céline, schrijft later: ”Wat ik het meest ongewoon vond, waren haar gesloten ogen, van waaruit zulk een intens leven en geluk straalden, dat het helemaal niet de trekken van de dood waren. Zij was zo mooi, dat ik de volgende dag, 1 october 1897, een foto wilde nemen. Ik  kon niet genoeg afstand nemen en ik beschikte ook niet over de goede lens. Bovendien moest ik werken met tegenlicht. Ik stond  recht tegenover haar gezicht dat ik zo van onderuit in beeld kreeg met omgekeerde licht-en schaduwzijden. Toch was haar mooie glimlach duidelijk merkbaar.”
 
Op vier october gaat, na de uitvaartmis, een sobere stoet de heuvel op; naar  het kerkhof. Ze wordt als eerste begraven op een stuk grond gereserveerd voor de Carmel. Achter de koets loopt haar zus Leonie, de enige van vijf zussen die (nog) geen religieuze is. Verder twee buitenzusters en enkele familieleden en kennissen.
 
Binnen de kloostermuren begint bij haar drie andere zussen, Marie, Pauline en Céline, wat wij tegenwoordig ‘het rouwproces’ noemen. Niemand heeft nog een vermoeden dat binnen een paar jaar tijd Lisieux over de hele wereld bekend zou worden; dat er op de heuvel een grote basiliek zal komen te staan ter ere van Gods Liefde voor deze vierentwintigjarige .
 
Niemand heeft zich op die triestige dag gerealiseerd dat een paar schoolschriftjes, door Thérèse geschreven, in méér dan veertig  talen zullen worden vertaald en in miljoenen exemplaren over de hele aarde verspreid. Niemand heeft bij het vertrek van die lijkkoets  kunnen denken: "Dat is niet zo maar een lief zustertje, zielig jong gestorven, maar de toekomstige “Patrones van de katholieke Missies” en de als tweede uitgeroepen Beschermheilige van Frankrijk, naast de sterke legendarische Jeanne  d’Arc! En nog minder heeft iemand op die octobermorgen kunnen vermoeden: Zij zal eens de jongste kerkleraar zijn!