Home » Preken archief » Preken 2016-2017 » Adventsgedachte

Adventsgedachte van de pas overleden Franciscaan van Beeck

’ Maria zei: ‘De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.’ Daarna liet de engel haar weer alleen. Lucas 1, 26-38

Ditzelfde stukje evangelie wordt in de liturgie op 8 december gebruikt, op het feest van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria, dus vrij vooraan in de adventstijd. Het is een bekend verhaal, hier genomen uit de Nieuwe Bijbelvertaling. Zinnen die je op een bepaalde manier vertrouwd waren, worden met hedendaagse woorden uitgesproken, minder plechtstatig. Zo kan de tekst weer op nieuwe wijze binnenkomen.

De icoon zelf is een weerslag van dit verhaal, maar wel vanuit een bepaalde opvatting en vanuit een bepaalde stijl, een bepaalde periode. Als we in icoon- of/en kunstgeschiedenisboeken gaan bladeren zien we dat deze gebeurtenis op velerlei wijzen vertolkt is.

Om de beweging van de icoon te kunnen verstaan is het goed om allereerst te luisteren naar hetgeen deze icoon, met deze wijze van uitdrukken, in ons oproept. Waar worden we door geraakt en waar worden we misschien wel door afgestoten? Misschien zou je, voordat je verder leest, de icoon aandachtig kunnen beschouwen en in jezelf ervaren en voelen waar en op welke wijze je je laat raken. Mogelijk is het ook zinvol om, na de beschouwing van de icoon, een tweede keer de tekst te lezen. Die komt dan waarschijnlijk anders binnen, dieper.

byzantijnse icoon, begin van de 14e eeuw

Wat zien we?

We richten onze aandacht voor dit artikel alleen op de voornaamste aspecten. Maria krijgt bezoek van een engel. Het verhaal vertelt ons dat het de engel Gabriël is. Hij schijnt nogal haast met de boodschap te maken. Hij is, zo te zien, aan het landen. De beweging zit er nog helemaal in. Het is een grote krachtige engel met enorme vleugels. Zijn glanzende witte kleed doet vermoeden dat hij erg voornaam is. Dat is hij ook want hij is boodschapper van de Allerhoogste. Ons woord ‘engel’ is afgeleid van het Griekse woord ‘angels’. Dit betekent ‘boodschapper’ of ‘bode’. Gabriël draagt een band over zijn bovenarm en in zijn linkerhand een staf of lans. Zijn rechterhand is uitgestrekt en schijnt iets te vertellen.

Wat zien we nog meer? Een geschrokken Maria, die niet meteen uitnodigend zal gezegd hebben: Kom maar binnen, je bent welkom. Ze heeft iets zeer weerhoudende. Ze zit onder een baldakijn waarover een rode doek hangt. Als we goed naar Maria kijken, zien we dat ze iets in haar linkerhand heeft. De rechterhand van Maria ’spreekt’, evenals die van de engel, zonder woorden.

De engel landt op een podium. Onder Maria’s voeten zien we ook een podium met mogelijk nog een kussen. Op de achtergrond zie je de structuur van een gebouw.

De rode doek en de spintol

De rode doek op iconen wordt verschillend geduid. Op deze icoon zie je dat de doek over het baldakijn hangt. Het zou hier verbeelden wat in de tekst staat: ‘De heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken.’ Deze betekenis wordt nog eens geaccentueerd door de straal die rechtstreeks vanuit de hemel op Maria gericht is. Op deze icoon is de straal erg massief. Het is een interpretatie van de icoonschilder. Waarschijnlijk heeft de schilder de straal zo massief geschilderd om de belangrijkheid van de aankondiging te accentueren en om de aandacht erop te richten. Mogelijk is het bolletje in de straal een symbool voor de vrucht.

We gaan nog een stap verder en kijken naar de linkerhand van Maria. Ze heeft een spintol met rood garen vast. Men zegt dat Maria een van de uitverkorenen was die de draden mochten spinnen waarvan het voorhangsel van de tempel geweven zou worden. Over dat voorhangsel staat er in de Bijbel dat het scheurde op het moment dat Jezus stierf (Matteüs 27, 51). Er wordt op de icoon dus een verband gelegd tussen het feit dat Maria aan het begin en aan het einde van Jezus’ leven aanwezig was.

De rechterhand

Zowel Gabriël als Maria maakt een duidelijk gebaar. Typerend aan het gebaar van Gabriël is dat zijn houding, hoe beweeglijk en op Maria gericht ook, tegelijkertijd iets weerhoudends heeft. Het is zijn arm die het contact maakt. Het is als een aanraking. Drie vingers zijn uitgestoken. Men vertaalt dat als het teken van de Vader, de Zoon en de Geest, hoewel de handhouding daarbij op dergelijke iconen verschillend kan zijn.

Wat me in deze icoon altijd het meest getroffen heeft, is de handhouding van Maria. Zo herkenbaar. Een zo overrompelende aankondiging is niet te bevatten. Ze moet dat wel even verwerken voordat ze erop reageren kan. Haar hand zegt: ‘Dit kan toch niet, wacht even, ik begrijp het niet. Ik ben bang.’ Er komen blijkbaar veel vragen in haar op. Ze krijgt ook de gelegenheid om die vragen te stellen. Er vindt een kort gesprekje plaats.

Deze icoon wordt de icoon van de aankondiging genoemd. Dat neemt niet weg dat Maria vrij was om er ja of nee op te zeggen. Aanvankelijk aarzelde ze (‘Hoe zal dat gebeuren? Ik heb immers nog nooit gemeenschap met een man gehad.’ Lucas 1, 34b). Pas nadat de engel haar geantwoord had, reageerde Maria met een volmondig en tegelijkertijd nederig ‘ja’: ‘De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd’ (Lucas 1, 38a).

De advent

De advent is een tijd van ontvankelijkheid en stille verbondenheid met het geheim dat ons leven draagt. Wij, mannen en vrouwen, kunnen ons verbinden met de Maria in onszelf,

– de Maria die openstaat voor wat haar van Godswege gegeven wordt,

– de Maria die, zij het na een aarzeling, toch volmondig ja zegt op hetgeen haar gevraagd wordt,

– de Maria die dienstbaar is aan het plan Gods, aan het verlossingsgebeuren.

Wij worden ingeschakeld in dat verlossingsgebeuren. In de verstilling van ons hart mogen we toegroeien naar een nieuwe geboorte van God in ons.

Wens

Moge de adventstijd ons leiden over de drempel van ons gevoel van onvermogen en niet begrijpen, naar de volle overgave. En mogen we een welgemeend ‘ja’ uit de grond van ons hart laten opwellen. Maria is ons hierin voorgegaan.

Zo zal er weer nieuw licht verschijnen op alle plekken waar het donker is in deze wereld en in onszelf.

Mede namens Jan van Beeck,

Ricky Rieter