Home » preken C jaar 2018-2019 » Vierentwintigste zondag

C-15/09/2019 - 24e zondag door het jaar

 

 

 

“ Toen hij nog ver van huis was, zag zijn vader hem al, en werd ontroerd; 

snel liep hij op hem toe, viel hem om de hals en kuste hem. ”

                                                                         ( Lc.15: 20 )

 

 

 

De Vader van de  verloren zoon, zo zou ik het verhaal dat we weer gelezen, of gehoord hebben: willen noemen. Bovendien worden er vandaag drie parabels voorgelegd, maar ik kies er de meest bekende uit, op zoek naar wat in het gebeuren ons méér ontroeren en aanspreken kan dan we zo ooit hebben beleefd.

We kennen het evangelie  allemaal wel….. minstens een beetje, en toch wil de lieve Heer ons HIER SAMEN .maar ook IEDER van ons ontroeren. Het gaat over de Vader van twee zoons, en ik zou - dat leg ik dadelijk uit - daaronder willen zetten: de Moeder van twee dochters - 

We hebben gehoord en meegelezen, en bekend genoeg is de zoon, die, als hij eist dat hij het erfdeel nu al krijgt, zijn vader eigenlijk al dood beschouwt.

Wat de jongste zoon dan overkomt, och daar kun je vandaag heel wat films en romans over zien en lezen….de afgang, het failliet, opgelicht, en alles wat je bij hem dan wel ziet….Hij begint aan thuis te denken, maar let op, het is door de honger die de jongste zoon lijdt,  en bij debet vernederende werk voor varkens zorgen……Och was ik maar thuis gebleven, en hij begint dan ook aan de vader te denken….zou hij nog eens kans krijgen ?

En OOK DAN PAS begint bij hem iets te dagen van de Hemel van een God, aan wie Hij nooit meer gedacht heeft….

Je kunt dat zien aan het soort gedicht dat hij zal opzeggen als hij zijn vader terug zal zien…..Ik ga naar mijn vader, en ik zal zeggen: ik heb misdaan tegen de hemel en tegen u, en ik mag me geen zoon meer van u noemen, maar neem me dan aan als een van de knechten……

Ik denk wel eens, als Jezus dit verhaal ons nu voor het eerst zou vertellen, dan zou Hij een camera op de schouder hebben….en  we zien niet alsmaar de zoon die naar huis gaat, die heel lang onderweg blijft voor hij iets van zijn thuis ziet staan.

Jezus richt de camera voor ons op de Vader….. Geen verbitterde man, eerder Iemand die dag en nacht heeft liggen piekeren: hoe zal het met hem gaan. En zou hij nog eens terug komen ?

We worden ineens ook door onze schilder Rembrandt geholpen…om naar die  Vader te kijken….De liefde van een man….in het verhaal hoor je de moeder niet noemen……maar Rembrandt heeft er voor ons aan gedacht, want op dat bekende schilderij…ben je ontroerd door die man, die zijn kind op een goede dag aan ziet komen, en Hij rent op hem af, drukt hem aan zijn lijf, en kust hem, en woorden heeft Hij niet nodig.

De jongen krijgt amper de kans om zijn versje op te zeggen: ik heb gezondigd tegen de Hemel en tegen U ……

En kijk naar wat Rembrandt schildert….en hij heeft de Vader gegeven  met een hand, die van Hemzelf en een hand van een vrouw, de moeder…..

En er is feest daar, en hij krijgt een mooi kleed, hij is weer binnen, en echt de zoon, en een ring zelfs…..

Maar Jezus vertelt nu aan ons…..Hoe is ons versje tegen God …Ik heb gezondigd tegen U en tegen de hemel.

Ineens staan we er zelf, ja misschien hebben wij het beter gedaan, maar als ik aan mijn vader of moeder denk en zie wat zij deden en gedaan hebben je kon altijd thuis komen, en ze waren blij, en als er iets fout was gebeurd dan werd het weg gekust

en …

Ik kijk naar de mensen van nu, die we hier zo missen….Om maar niet te spreken van kinderen en en jongeren……we zien hoe ze ouders hebben die ze graag zien, maar ik ken ook zoveel ouders alleen, zoveel kinderen alleen….thuis vroeg weg, of hangend zo lang als er een bed staat…..

Jezus praat heel veel over God…..maar dan zoals Hij er is: de Vader….en die Heilige Geest…warmte, liefde, Ik denk dat Jezus ons wijst op de andere hand van de warme lieve Moeder, die hem en ieder bij de Vader steunt en gesteund heeft.

 

Ineens staan, leven wij ook in de Liefde , door dit mooie verhaal, en ga het vertellen aan  je kinderen…..vraag ze eens, en durven we zeggen: wil je dat eens lezen,  ja, toch zo wil ik jou voelen en zien en dat blijf ik doen.

Dank U God die vergeven kunt en zo heel als we nog nooit er zo hebben mogen uit zien. Amen