Home » preken C jaar 2018-2019 » Veertiende zondag

C-07/07/2019 - 14e zondag door het jaar

 

“ Zoals een moeder haar kind troost,

zo zal Ik u troosten; 

In Jeruzalem zult u getroost worden.”

Zielsblij zult u het aanschouwen.”

( Jes. 66, 13, 14 )

 

 

Ja, dierbare gelovigen, ik weet eigenlijk goed om, na de woorden van Jezus in het evangelie, in het verhaal over de uitzending en beleving van die 72 uitgezonden leerlingen, wat naar ons toe te trekken. 

Dat is ook altijd de opgave, omdat we plechtig gehoord hebben na de lezing: ‘ ‘ Zo spreekt de Heer’.

Ja, even kijken naar dat uitsturen van die mannen naar alle plaatsen waar Jezus zelf nog wilde ook gaan….Zijn Naam moest bekend gemaakt worden, iets van het VERHAAL VAN GOD ONDER ONS NU.

En ik zou twee dingen willen zeggen vooral met de ervaringen van deze mensen…..

Ten eerste geeft Jezus hier de mensen aan om , als ze Hem hebben leren kennen, met DAT VERHAAL de weg op te gaan….en te bidden om aan de Heer te vragen, dat Hij arbeiders wil sturen om te oogsten.

Zaaien van wat we zijn gaan geloven wat we gehoord hebben en wat bij ons binnenkwam, praten over God, en voor ons over Jezus….

EN IK ZEG ER MAAR METEEN BIJ…..

kijk rond om je heen, en kijk wat er in de wereld om ons heen gebeurt in het BESTAAN VAN MENSEN die God, die Jezus niet kennen.

Je zou de neiging hebben om hier te blijven stilstaan, met te zeggen tegen u hier bijeen….BIDDEN OM ROEPINGEN….

Dat hoor je in de voorbeden veel te weinig…..en jongeren die we nodig hebben vooral om daar arbeiders te gaan zoeken….in de kerk komen er zo weinig .en wat doen we er aan om hun te vertellen dat Jezus er is, dat er IEMAND is die naar hen uit kijkt.

Bidden om roepingen denk ik begint dan ook zoals wij hier bij elkaar zijn, zoals we zijn oud of jong, ….dat wij VERSTAAN, dat Jezus ons ook NU ROEPT. Hij heeft ons nodig….Hij wil dat we ons laten horen bij God de Vader.

Ik denk er aan, dat wij mensen die hier gelukkig nog de WEG weten, VEEL TE WEINIG hebben gehoord, als het gaat over GELOVEN…..

Ja, wij mensen van goede wil, we willen bidden en goede dingen doen, die van ons gevraagd worden….

Maar bij dat woord GELOOF ontmoeten we een woord, van en over alles wat we als christenen moeten of niet mogen, bijvoorbeeld dat we zondags naar de kerk MOETEN komen….

En ik die hier sta als priester, moet me dan afvragen: waarom HEB IK gezwegen over wat geloven eigenlijk is, hier in mijn hart, …we weten ergens God erg ver weg, Jezus kennen we van afbeeldingen, en we kijken straks weer naar de hostie….

DAAROM is het  goed , wat we vandaag in de eerste lezing, ver voor de tijd van Jezus opgeschreven door de profeet Jesaja….

Een man die dus ONS OOK NU het verhaal brengt…Weet je, of ik vraag liever: waar ervaar jij God, of Jezus, of Hemel , waar is dat voor jou?

ERGENS, ook ver…en hier trekt die profeet voorbij, en zegt tegen ons : Kijk nou eens…God is Naast je, Hij heeft je lief…

Ja liefde van mensen, van verliefdheid, van hand in hand en samen zijn of gaan,

Dat kennen we wel…..maar OOK DAT LOPEN VELEN MIS, of ze blijven steken in alleen maar wat romantiek.

MAAR HET IS in ieder van ons.

Ja beste mensen: 

We vragen om arbeiders in de oogst, maar we laten in ons binnen komen, of liever in ons hart boven laten komen, wat in ieder al leeft:

God zegt tegen mij en jou en jou:zoals een moeder haar kind zoogt en op schoot neemt, warm en wel ….zoals een moeder Troost …Ik ben dicht  bij je, zo ben ik als God dicht bij Jou….DENK je daar aan, Durf je Jezus te vragen…laat ons het even voelen….

God zien we niet maar Hij kwam tot ons en ik haal hier graag enkele woorden van Theresia van Lisieux aan, zij die dat in haar tijd OPNIEUW ontdekt heeft.

Wat stel ik voor als mens…en hoe durven wij van liefde praten als het gaat over God en de gevolgen IN ONS? 

Zij vertelt dit, en je mag het vertalen als het tweede deel van het evangelie van mensen die terug kwamen en Jezus enthousiast vertelden, wat er gebeurt als je aan de mensen gaat vertellen wie Jezus, wie God Wie liefde is voor jou en ieder en mij?

 

Citaat Theresia van Lisieux:

Groter worden blijkt niet te lukken. Ik moet me dus nemen, zoals ik ben, mét al mijn tekortkomingen en onvolmaaktheden, en zó heilig worden. Er moet dus een kleine weg naar de hemel te vinden zijn. Recht toe, recht aan, en helemaal nieuw.'

Je hebt tegenwoordig in de huizen van rijke mensen een lift in plaats van een trap.

 Zo wil ik de lift naar God vinden. Ik ben te klein om de lastige trap naar de volmaaktheid te kunnen beklimmen. Dus ben ik in de Heilige Schrift op zoek gegaan en vond in het boek Spreuken (09,04): 'Wie nergens van weet, kan het beste hierheen komen.' Dat heb ik gedaan. En ik was benieuwd, wat God met zo'n klein iemand zou doen. Ik zocht verder en vond bij Jesaja (66,13): 'Zoals een moeder haar kind op de arm neemt en troost, zo zal Ik u troosten.’

Amen