Home » Preken archief » Preken 2016-2017 » Twintigste zondag
A-20/08/2017 - 20e zondag door het jaar -
 
“ Daarop zei Jezus haar:
Vrouw, gij hebt een groot geloof!
Uw verlangen wordt ingewilligd.”
En vanaf dat ogenblik was haar dochter genezen.”
( Mt. 15: 28 )
 
 
 
WELKOM
 
We hebben het kruisteken gemaakt…..we doen het misschien soms, dat we er niet bij nadenken, omdat zoveel mensen en dingen onze aandacht eisen….. Het is goed het gebaar dat we al heel vroeg leerden van onze ouders,  ….. maar ook als zo bij het begin onze aandacht bij de lieve Heer nog op gang moet komen…..hebben we eigenlijk al een teken aan elkaar gegeven: we zijn er, ieder mag zeggen; ik ben er….en samen horen we bij de Heer, naar wiens Woord we komen luisteren, en die we ook met dezelfde hand aanraken en ontvangen in de hostie. 
Daarom nogmaals naar ieder gezegd: WELKOM…goed dat je er bent ….
Je zou kunnen zeggen, dat we in de ‘voelbare ‘ aanwezigheid van de Heer, samen gaan nadenken over vreemdelingen, mensen van verre, die anders zijn, anders gekleurd,……en horen die mensen ook bij dat welkom? En is er iemand hier niet gekend, vreemd, we kijken haar of hem aan….ja jij bent er, en jij bent ook van Hem, van Jezus ,van God.
Heer, wij beginnen daarom om vergeving te vragen, voor wat we tegenover U en elkaar tekort hebben gedaan.
  
HOMILIE
 
Beste mede gelovigen…….  
Wat denkt u  bij het verhaal dat we zojuist hoorden? We kunnen toch niet gaan denken, dat Jezus tegen vreemdelingen is, dat Hij ze niet wil? In het verhaal is Jezus in een streek waar veel niet-Joden wonen…..en dan komt die heidense vrouw op Hem af, ….. ze spreekt Jezus aan over haar dochter, die van de duivel bezeten is, vreselijk wordt gekweld…..De vrouw weet ook dat ze Jezus moet aanspreken als ‘Heer,  Zoon van David’ ….. maar Hij loopt door, doet net alsof Hij ze niet hoort…..En de leerlingen denken als Joden er ook zo over: ze is niet van het Joodse volk, en dus hoort ze er niet bij en dus is Jezus er niet voor haar….en ze zeggen vol overtuiging: stuur dat mens toch weg, want ze blijft achter je aan lopen, en je lastig vallen…..
En ook Jezus lijkt het met de leerlingen eens te zijn, en Hij zegt tegen die vrouw: Ik ben alleen maar gestuurd naar de verloren schapen van het Joodse volk.
Maar ze houdt vol, met een merkwaardige kracht…..moet je goed naar kijken, zou ik zeggen, naar luisteren: Heer, help me toch !
Wat Jezus DAN tegen haar gaat zeggen….Het is niet goed het brood dat voor de kinderen bestemd is, aan de honden te geven.
Die vrouw snapt goed, dat het antwoord van Jezus een kwetsende opmerking is……de kinderen, daarmee wordt het Joodse volk bedoeld, de gelovigen, en de honden….allemaal die niet bij het joodse volk horen.
Ja, maar de  moeder is toch zo sterk, dat ze  op de beledigende woorden niet in gaat, en komt met: ja maar Heer, kinderen laten brood vallen en dan komen en mogen de honden de kruimels onder de tafel op eten……
Al is de vrouw taai, al is ze vindingrijk met haar antwoord, maar bij de honden te horen…..Jezus laat dan zien, hoe blij Hij is met deze GELOVIGE….Ga maar naar huis…het komt goed met je kind…wat heb JIJ toch een groot geloof!
 
We hebben het gehoord in de eerste lezing al, wat onze lieve Heer met zijn WOORD ons nog eens over na wil laten denken….Kom en eet van mijn brood….ook al snap je nog niet alles…..En we zijn van jongs af aan ermee opgevoed, dat de goede God er voor iedereen is, dat Jezus aan het kruis is gestorven voor allen, voor elke mens…… de kerken van ons Nederland heeft die roep van God gehoord, en van hieruit zijn van ons katholieken uit maar ook Protestanten naar mensen in verre landen gegaan om die boodschap over te brengen…….En ze deden het niet zo maar met preken, met mooie woorden, maar overal beginnen ze met goede dingen uit te delen……ook genezing zoals aan deze vrouw.
Toch weten we in onze tijd, dat vreemdelingen niet bij iedereen altijd welkom zijn, te horen krijgen dat ze er helemaal BIJ horen……Onze problemen met vluchtelingen.
Daarom moeten we er eens bij stil staan….Misschien hebben mensen die zich als gelovig beschouwen, het allemaal mooi vinden, dat onze mensen naar verre landen gingen om te gaan zeggen: Jullie horen er ook bij…..Ja, maar als de anders gekleurden hier massaal aan het komen zijn, naar hier? 
En ze kunnen ons soms lijken te overvragen, kijk naar de massa Afrikanen die nu in Italië vastlopen omdat ze in de rest van Europa niet welkom zijn.
 
Een goede vraag die we hier mogen en moeten stellen is: hoe reageren wij op de VREEMDELING, die om genezing vraagt, die vraagt om respect, die vraagt om liefde en aandacht, en meeleven met vluchtelingen, met vreemde, met mensen die in hun andere eigen taal, tot God willen komen….en Hem aanroepen zoals de Kananese vrouw: Heer, Zoon van David…….
Jezus spreekt ons aan,…..barmhartigheid en liefde…… ja, natuurlijk goed onderscheiden wat we echt wel of niet op zouden kunnen brengen, maar willen we haar zo met een ziek kind wegsturen….?
En ik zou tegelijk willen zeggen:  het evangelie brengt dit alles ter sprake, maar we mogen ons afvragen , hoe wij, de mensen , als we ze tegen komen, bijvoorbeeld in het Laar, een vriendelijke groet geven….Ze zijn hier, en ze zijn ook van Jezus, van Gods liefde.
Ja  we hebben moeite met mensen die andere wegen gaan…..als zijn het vreemdelingen die ons zo voor komen met hun getatoeëerde lichamen, ook zij moeten een passie kunnen krijgen in de Hemel die Jezus komt brengen.
We horen en gebruiken dikwijls gemakkelijk te zeggen woorden voor of tegen……maar luisteren we naar het Hart…en onze Heer, als we Hem afgebeeld zien …Hij heeft een doorstoken hart….Amen
 
 
 
 
 
 
 


 
 
 
 
 
 
 
Misschien zijn  we ons daar niet genoeg van bewust, maar dat gaat helemaal in tegen ons geloof, want daarin is plaats voor iedereen. Allen zijn we immers kinderen van dezelfde Vader, dus zijn we allen broers en zussen van elkaar. Dat blijkt heel duidelijk in de eerste lezing. Daarin zegt God de Heer: ‘Ook vreemdelingen breng Ik naar mijn heilige berg, en ook aan hen geef ik vreugde in mijn huis van gebed.’ Maar in het evangelie wordt op een pijnlijke wijze duidelijk dat deze goddelijke belofte niet altijd zo vanzelfsprekend aanvaard wordt door het uitverkoren volk. Een Kananese vrouw smeekt Jezus om hulp voor haar dochter die door de duivel is bezeten, maar Jezus doet of Hij haar niet hoort, en wanneer ze blijft aandringen, wijst Hij haar op een beledigende manier af. Het is een reactie die we zeker niet verwachten van Hem, maar Hij reageert helemaal in de joodse traditie, en die zegt dat alleen joden tot het uitverkoren volk behoren. Bovendien is het een vrouw die Hem om hulp vraagt, en vrouwen tellen niet mee, zeker niet in het openbaar. Ook dat was toen traditie, en ook harde realiteit. Maar dan doet Jezus wat Hij altijd doet wanneer de traditie ingaat tegen zijn Vader die er is voor alle mensen, en tegen de boodschap van liefde en vrede die Hijzelf verkondigt: Hij gaat dus wél in op de vraag van de vrouw, en daardoor is haar dochter meteen genezen.
Zusters en broeders, zoals altijd moeten wij ons afvragen waar wijzelf staan in dit verhaal. Leven ook wij volgens die mensonwaardige traditie van toen? Hebben ook wij geen aandacht en geen respect voor anderen, en zeker niet voor vreemdelingen? Volgen wij Jezus misschien in zijn eerste reactie van handelen volgens die verwerpelijke traditie, of volgen we Hem in zijn tweede reactie, wanneer Hij inziet dat Hij ingaat tegen zijn Vader en tegen zijn eigen boodschap van liefde en vrede? En ons geloof, is dat lauw en bijna onverschillig, of is het even sterk als dat van die Kananese vrouw? Want ook als Jezus niet naar haar wil luisteren en de apostelen haar willen wegjagen, blijft ze om hulp smeken. Waar staan wij en wie zijn wij? En welke weg gaan wij? Laten we proberen de weg te gaan van de Heer onze God. De weg van liefde en vrede voor mensen om ons heen, en voor alle mensen in deze wereld, want allen zijn we zijn kinderen, en allen zijn we broers en zussen van elkaar. Amen.