Home » Preken 2017-2018 » Zesde zondag
B-11/02/2018 - 6e zondag door het jaar
  
“ In die tijd kwam er een melaatse bij Jezus,
die op zijn knieën viel en Hem smeekte:
Als Gij wilt, kun GE mij reinigen….”
( Mc.1,40 )
 
 
INLEIDING
 
 
Graag kijk ik nog eens rond, na weer te hebben aangesproken met de bijzondere roeping die we in ons dragen sinds we gedoopt zijn. Het is niet alléén een WELKOM geweest, maar ook dat we het ons bewust zijn, al zijn we zoals dat heet geen familie, dat we verwant zijn , geliefd bij en door God.
Zou het een bijeenkomst zijn van allemaal mensen met een lintje van de koning, dan zou ik dat er bij genoemd hebben, want dat  VAN ELKAAR en MET ELKAAR is zo belangrijk.Dat kleintje hebben sommigen zomaar onverwacht ooit gekregen, hemel cadeau, en zo zijn we allemaal van God: een cadeau…. 
Vandaag ontmoeten we Jezus nog eens, die,  we horen het in het evangelie,
ons de hand toe steekt, zoals Hij dat doet met een melaatse…..Joden mochten niemand die besmet was met uitslag een hand geven, in de buurt komen, God laat Zich aan ieder VANDAAG nog eens duidelijk weten…..De hand erop en….wat Hij tegen ieder van ons te zeggen heeft.
Misschien nieuws voor je, maar bereiden we ons voor met onze zonden en tekortkomingen Hem, voorleggen en vragen om vergeving.
 
HOMILIE
 
Misschien  kunnen sommigen van ons nog uit de jeugd herinneren, dat mensen in onze jeugd met een besmettelijke ziekte, werden gemeden, of zelfs opgenomen in sanatorium bij TBC of ziekenhuis, als je roodvonk kreeg. Men schaamde zich,dat merkte ik aan mijn ouders toch ook wel, dat als je roodvonk kreeg er een papier van de gemeente naast de deur werd geplakt; je werd apart gezet.
In de eerste lezing hoorden we het aanhalen uit de Joodse wet…..mensen met een huidziekte vooral melaats mochten niet meer aan het gewone dagelijkse leven deelnemen uit angst voor besmetting van de anderen….Het hield in dat zulke mensen, maar moesten zien hoe te overleven, onderkomen.
Mensen, die geloofden, hadden en vinden geen steun bij de mede-gelovigen…en die hielden zich voor heiligen volmaakt als ze de wet van Mozes maar aanhielden en die zieken op afstand in hun onmacht houden!
 
Deze man wilde geloven in Jezus….want Hij stond stil voor ieder die met haar of zijn ellende op hem af kwam…..
JA, en NU zou ik ons willen vragen…..Niet alleen kijken, horen wat die man zegt, maar mee bidden…..”Jezus , als U wilt kunt U me reinigen, beter maken”.
DE PREEK MOET NIET EEN ALGEMEEN  INSTEMMEN MET WAT JEZUS GAAT DOEN…..wij doen mee aan het bestrijden van ziektes, en melaatsheid  bestaat toch nog……En vergeet allerlei andere kwalen……
En tegelijk zeg ik wat me zelf betreft de vraag: heb ik royaal mee gedaan met goede doelen om mensen beter te maken ? ( dat even tussen haakjes )
 
Nee we gaan naast de man staan en vragen…Als U wilt Kunt U me beter maken……ook als je gezond bent zijn er nog in je zelf andere verlangens of verdriet of die van je dierbaren……
En Jezus door medelijden bewogen, stak zijn hand uit en raakte hem aan!!!
En de man is verhoord, GENEZEN…..
Dit is vandaag het WOORD van God voor ons ook nu….
Ben je ziek, voel je je niet goed? Lees nog eens van die man met die vreselijke ziekte zonder uitzicht op een normaal leven…….
Ja, iedere mens…..Vraag, smeek wat je hindert of kwelt, als wij vragen weet Hij het al lang, en Hij komt altijd met een antwoord, ook al is het anders dan wij verwachten.
Het eerste dus…..zeg , vraag, gerust ook voor je zelf met het geloof: als Gij wilt kunt U me reinigen.
MAAR….tegelijk zijn we er om te bidden voor mensen om ons heen, je eigen dierbare dichtbij, gezondheid, problemen met relatie, ….noem maar op….
 
Het laatste punt van het verhaal van deze dag: De genezen man, en de mensen die het gezien hebben wat Jezus voor hem deed, gingen de MENSEN  het overal vertellen….gaat er ook heen, kom mee, dan breng ik je bij Hem.
Ja, beste mensen, we laten het geloof verkondigen aan priesters en diakens en mensen die het al verstaan wat we te doen hebben….Bij jou in de straat, die je tegen komt…Nee, niet dwingen of zeggen dat we het hier allemaal beter doen, maar vragen: Kom nog eens mee, het is nu anders, en je ziet Jezus niet, maar als je weer de stap zet bij de H.Communie…dan weet je het weer…en je hoeft niets…wat je aan goeds al hebt , jezelf , je karakter ook met fouten zoals ieder, het geloof geneest…wat je hebt wordt er mooier op en zoals mij ooit overkwam, toen ik van een bezinnigsweek thuis kwam…de mensen, een paar jongeren kwam ik als eerste tegen: wat is er met je gebeurd?
Ja, zo is geloof onder ons groeiend en bloeiend, bidden we daarom!

 

Het komt wel meer voor dat er een tegenstelling is tussen de eerste lezing en het evangelie, maar vandaag is ze bijzonder intens. Zo horen we in de eerste lezing dat melaatsen volgens de wet van Mozes apart en buiten de stad moeten wonen. Wagen ze zich toch in de stad, dan moeten ze zich kenbaar maken en roepen dat ze onrein zijn, zodat iedereen weet dat ze uit hun buurt moeten blijven. En volgens de overtuiging ten tijde van Jezus worden ze trouwens ook door God veroordeeld, want hun melaatsheid is een straf voor zware zonden.
Hoe anders klinkt het in het evangelie. Een melaatse gaat naar Jezus toe, knielt voor Hem neer en smeekt: ‘Als Gij wilt, kunt Gij mij reinigen.’ Die man gelooft dus niet dat zijn ziekte een straf is van God, anders had hij Jezus niet om genezing gesmeekt. En ook Jezus gelooft niet dat die man door God werd gestraft, want anders had Hij hem niet genezen. En Jezus aanvaardt ook de wet van Mozes niet zomaar. Hij jaagt de man niet weg, maar door medelijden bewogen raakt Hij hem aan en geneest Hij hem. Jezus veroordeelt dus niet, maar helpt en geneest.
Jezus raakt de melaatse aan, en dat is verboden door de joodse wet. Maar het geloof van die man en zijn vraag om hulp is voor Jezus belangrijker dan die vaak keiharde wet. Op de vraag hoe Hij staat tegenover de wet antwoordt Jezus op een andere plaats: ‘Ik ben niet gekomen om de wet af te schaffen, maar om hem te vervolmaken.’ We weten wat die vervolmaking inhoudt: dat is Jezus’ enige gebod: ‘Bemin God bovenal en uw naaste zoals uzelf.’
En wellicht is het goed dat we ons nu en dan eens afvragen of we dat ene gebod van Jezus wel naleven. Als we in ons diepste zelf kijken, zullen we misschien ontdekken dat het daar niet altijd zo goed en zo mooi is als we ons voordoen, en dat we dus, net als die melaatse, nood hebben aan genezing. Maar is ons geloof in God en in Jezus even sterk als dat van die man? Durven wij echt om genezing smeken, of is ons geloof daar te klein voor? Of willen we misschien niet genezen worden, want wie weet wat dat allemaal met zich meebrengt. Misschien moeten we dan veel minder aan onszelf denken, voelen we ons altijd gedwongen om anderen te helpen en mogen we niet meer oordelen en veroordelen.
Nochtans is het precies dat wat Jezus ons vandaag vraagt: dat we niet zouden veroordelen, zoals de joodse wet dat doet met de melaatsen, maar dat we zouden luisteren naar de smeekbeden van anderen, en dat we zouden helpen. En misschien denken we nu: ‘Maar er zijn toch geen melaatsen in onze buurt, dus kunnen we ze niet helpen.’ Maar dan vergissen we ons, want er zijn melaatsen in overvloed. Alleen hebben ze vandaag een andere naam: ze heten nu vluchtelingen en asielzoekers, vrijgelaten gevangenen, chronisch en terminaal zieke mensen, doodarme mensen,  gehandicapte mensen,  mensen die zo oud zijn dat ze echt niet meer alleen kunnen leven. Allemaal mensen die, net als de melaatsen in Jezus’ tijd, dikwijls verbannen worden naar de rand van de maatschappij. Worden ook wij, net als Jezus, door medelijden bewogen en steken ook wij de hand naar hen uit om  hen helpen?
Zusters en broeders, de genezing van melaatse wijst op de sterke waarheid dat er bij God altijd hoop is voor iedereen, ook voor hen die door anderen worden uitgesloten. God sluit niemand uit, integendeel, Hij geeft aan iedereen altijd opnieuw een kans, ook aan hen die naar menselijke normen veroordeeld en afgeschreven zijn. Wij zijn niet afgeschreven, maar misschien zijn wij soms zwak. Hebben we dan de moed om Gods hulp af te smeken? En hebben we hetzelfde vertrouwen als Jezus, namelijk dat niets, dus ook niet de melaatsheid van deze tijd, ons kan beletten om te proberen echt mens te zijn? Een mens zoals God ons die in Jezus heeft voorgeleefd. Het zou goed zijn als we zouden proberen zo een mens te zijn. Amen.